donderdag 23 juli 2009

Een douchekop met dromen

Ik heb nooit gedacht dat mijn douche mij zoveel inspiratie kan bezorgen voor het schrijven van blogs. Een tijd geleden deed mijn douchebak zijn intrede in mijn blogs en daarmee ook in jullie huiskamers. Ik heb nog nooit zoveel reacties op een stuk tekst gehad als toen mijn douchebak het leidend voorwerp was. En nu is mijn douchekop jaloers.

Al een paar weken laat de douchekop het zo nu en dan afweten maar vanochtend sloeg hij definitief toe. Op alle mogelijke gebieden protesteerde het ding. Zo zou het mogelijk moeten zijn om de douchekop in verschillende standen te draaien. Normaal gesproken gaat dit al niet zo soepel maar vanochtend heb ik een dubbele polsbreuk moeten riskeren om dat ding in de goede stand te krijgen. En dan de watertoevoer! Zo heb je een straal waar je een complete volksstam onder kwijt kunt en een minuut later moet je rennen om wat druppels water op te vangen. En dat is allemaal tot daar aan toe als het water gewoon lekker warm is maar ook die zekerheid is verleden tijd. Koud, warm, lauw, alle temperaturen komen voorbij. Het ene moment wordt je levend gekookt en je hebt nog niet met je ogen geknipperd of je drijgt ten onder te gaan aan onderkoeling. Ik word hier niet vrolijk van.

Ik heb de douche behandeld zoals ik normaal ook een computer die vastloopt behandel. Gewoon opnieuw aan en uit zetten dus. Helaas is dit niet erg succesvol. Elke keer als ik de douche opnieuw aanzet plaatst de douchekop een verrassingsaanval waar ik niet van terug heb. Daarbij verschuilt hij zich constant achter laffe excuses. Zo claimt hij dat het allemaal de schuld van de ketel is of dat ik altijd te lang onder de douche sta. Vanochtend schoof hij zelfs de schuld af op de doucheslang die niet regelmatig genoeg water door zou voeren. Ik ben er niet eens meer op in gegaan en besloot me snel af te spoelen en het er voor nu maar even bij te laten.

Waarschijnlijk heeft ook mijn douchekop verborgen ambities en sluimerende dromen maar ik tast in het duister over wat die dromen dan precies zijn. Misschien wil hij wel gewoon douchekop in een zwembad worden. Dan zie je elke dag veel verschillende mensen in plaats van steeds dezelfde. Of verlangt hij er misschien naar om ooit de douche van een bekende Nederlander te zijn? Dan heb je op douchekopfeestjes en -partijen tenminste leuke verhalen te vertellen. Natuurlijk kan het ook zo zijn dat hij gewoon jaloers is. Jaloers op de douchebak aan wie ik een complete blog heb gewijd.

Daarom ook maar even een blog over mijn douchekop. Ik hoop dat 'ie het leest en zich voortaan gewoon aan zijn taken houdt. Mocht dit niet gebeuren dan ben ik in staat tot drastische maatregelen over te gaan. En mocht ik in de komende tijd weinig blogs meer schrijven? Denk dan niet dat ik een writers-block heb. Ik heb waarschijnlijk gewoon een nieuwe badkamer.

woensdag 8 juli 2009

Lego voor volwassenen

Twee dozen vol. Misschien wel drie dozen maar dat weet ik niet zeker. De dozen zitten vol met het mooiste wat Denemarken ooit heeft voortgebracht, op de helft van de genen van mijn vrouw na. Lego. Samen met mijn broer Stefan vermaak ik me uren, dagen, wekenlang met dit speelgoed. Het mooie aan Lego is dat je er alles mee kunt maken wat je maar wil. Natuurlijk kun je in de winkel kant-en-klaar pakketten kopen maar wij vinden dat niet interessant. Juist het kunnen namaken van wat je ziet is zo fascinerend. Zien we in de speelgoedgids op vrijdagavond een piratenschip? Een paar uur later hadden wij ook zo'n schip gemaakt. En ver voordat mijn ouders hun ogen openden op zaterdagochtend hadden wij al besloten dat piraten niet meer van deze tijd zijn. Vliegtuigen zijn het helemaal. We slopen onze piratenschepen en beginnen aan de bouw van een groot vliegtuig. Prachtige herinneringen aan jaren geleden. Prachtige herinneringen die weer tot leven komen op dinsdagmiddag 7 juli 2009.

Als ik uit mijn werk kom staat mijn woonkamer vol. Een hoekbank, een bureau, stoelen en twee lampjes staan, vakkundig vermomd als kartonnen doos, in mijn kamer. IKEA, staat er op alle dozen. Ik denk terug aan die jaren waarin ik het ene na het andere wereldwonder van lego in elkaar zette en kies frontaal de aanval. De hoekbank is mijn eerste slachtoffer. Het ding is opgedeeld in vier delen en na ruim twintig minuten zoeken vind ik de handleiding in de laatste doos die ik openmaak. Er zit een grote zak met onderdelen bij en ik kan niet geloven dat al die onderdelen nog in die bank moeten komen! Het is toch een hoekbank? Geen spijkerbed! Na me vier bladzijden aan de handleiding te hebben gehouden staat er een vormloos bouwsel in mijn kamer waar ik niet eens op kan zitten. Ik vertrouw het niet en besluit te doen wat ik ook altijd deed met boeken op mijn leeslijst van de middelbare school. Ik lees de laatste bladzijde door en gok dat ik het daarmee wel red. Niets is minder waar en na de handleiding uit de prullenbak te hebben gehaald en mijn trots erin te hebben gegooid ga ik verder op bladzijde vier. Drie kwartier later zijn alle schroefjes, moertjes en bouten op miraculeuze wijze in de bank verdwenen. Ik ga er even op zitten en geniet van mijn overwinning. Het is dan wel geen piratenschip maar ik hoef er morgen ook geen vliegtuig van te maken.

Dan het bureau. Vermomd als drie onschuldig uitziende kartonnen dozen heeft het ding zich opvallend stil gehouden in de hoek van de kamer. Karton en plastic vliegen in het rond als ik het bureaublad mijn wil opleg. Ik zegevier glorieus! De in hoogte verstelbare poten bieden veel meer tegenstand. De gebruiksaanwijzing van de IKEA laat terloops het woord 'waterpas' vallen. Mijn bureau lijkt op dat moment meer op een skischans maar na een half uurtje draaien en bijstellen staat het ding recht. Ik heb de slag te pakken en ik begin in een moordend tempo de stoelen en de lampjes in elkaar te zetten. Vijf uur nadat ik begonnen ben staat alles in mijn kamer. Ik waad door de kapotte kartonnen dozen en het gescheurde plastic naar de badkamer om te douchen.

Vanavond zit ik in mijn nieuw ingerichte woonkamer. Het allerbeste dat Denemarken ooit heeft voortgebracht zit te lezen op de mooie hoekbank. Ik ben een bevoorrecht mens! Ik loop met mijn hoofd in de wolken. En misschien kom ik daar nog wel een vliegtuig van Lego tegen!

woensdag 24 juni 2009

Een douchebak met dromen

Mijn douchebak heeft ook dromen. Daar ben ik de laatste weken wel achtergekomen! Hij droomt niet van wereldvrede of voedsel voor alle arme kindjes maar voor een douchebak is 'ie behoorlijk ambitieus. Mijn douchebak wil namelijk graag een ligbad zijn. Nu brengt dit enkele problemen met zich mee. Zo is mijn badkamer net groot genoeg voor een half ligbad en is de douchebak niet diep genoeg om in te kunnen liggen. Maar dat schrikt mijn douchebak niet af! Hij loopt steevast vol tijdens het douchen in de hoop dat ik ga liggen. Dat doe ik niet. Integendeel: ik ben gaan staan. Ik ben gaan lopen. Naar een kluswinkel aan de Utrechtse grachten om ontstopper te halen.
Rond half twaalf 's ochtends stap ik de winkel in. Ik heb zo'n tien minuten uitgetrokken voor dit klusje en dat is inclusief de reistijd. De vrouw achter de toonbank heeft me al gezien voor ik de winkel binnen ben gestapt.

'Hoi schat, kan ik je helpen?' klinkt het van achter de toonbank.
'Hallo. Ik hoop het. Ik ben op zoek naar een ontstopper voor mijn douchebak.'
'Oh? Is 'ie verstopt?'
Ik denk: 'Nee, natuurlijk niet!' Maar zeg: 'Inderdaad!'

Langzaam begin ik te beseffen dat dit wel eens iets langer kan gaan duren dan de geplande tien minuten. Ik krijg gelijk. Met een buitenaards enthousiasme stort de vrouw zich op de gootsteenontstoppers. De plopkap wordt me met klem afgeraden en de korrels ook. Na een monoloog die voor mijn gevoel een kleine drie kwartier duurt, staat er ineens een fles gootsteenontstopper voor me op de toonbank. 'Doe deze maar' zeg ik, licht overbluft door het hoorcollege over ontstoppingsmiddelen. En net als ik wil afrekenen zwaait er een deur, vermomt als gereedschapskast, open. Een gezette man van in de zestig komt uit het magazijn.

'Zo, last van verstopte gootjes?' vraag hij op zijn beurt.
'Ja!' zegt de vrouw, nog voordat ik zelf kan antwoorden.
'Weet 'ie wel dat er ook korrels zijn?'
'Ja, dat heb ik 'm net verteld.'
'En die plopkap dan. Is dat niet iets voor hem?'

Ik begin mijn zelfbeheersing langzaam te verliezen. Ik wijs de vrouw achter de toonbank er zo vriendelijk mogelijk op dat ik nu toch echt wil afrekenen. Ze kijkt me geërgerd aan alsof ze wil zeggen 'je ziet toch dat ik in gesprek ben?' Ik sta, met pinpas in de aanslag, klaar als de vrouw met de hand een bon begint uit te schrijven. Als ik bedacht heb dat ik geen bon wil is ze al halverwege dus ik besluit het erbij te laten. Zelfs een kleuter kleurt sneller een kleurplaat in dan deze vrouw een bonnetje uitschrijft. Het duurt intussen zo lang dat ik, naast mijn horloge, ook mijn biologische klok hoor tikken. Wat doe ik met mijn leven?

'Ik wil graag pinnen.'
'Oh! Hij wil graag pinnen.'
'Ja.'
'Effe die automaat pakken hoor!'
'Tuurlijk, ik heb alle tijd!'

Nadat ik mijn pincode heb ingetoetst en akkoord ben gegaan met het bedrag dat in het venster is verschenen graai ik de fles van de toonbank en haast me naar buiten. Mijn bezoek aan de kluswinkel was een nachtmerrie. Nu op naar mijn douchebak om een einde te maken aan zijn dromen!

zaterdag 6 juni 2009

Robben's hormonen

Een kop koffie in mijn éne hand, mijn Iphone in mijn andere hand. Ik zit klaar om half negen voor de wedstrijd van het Nederlands Elftal tegen IJsland. Wat me direct opvalt, naast het belabberde commentaar op RTL4, is dat het Wilhel -mus een dode mus is geworden. De bondscoach zelf zingt geen woord mee en zijn spelers volgen dit inspirerende voorbeeld. Waardeloos lied ook natuurlijk dus ik geef ze geen ongelijk. De koning van Hispanje heb ik altijd geëerd? Nou, ik niet. En met mij de elf in het oranje uitgedoste mannen op het voetbalveld.

Dat Oranje de wedstrijd wint mag geen verrassing zijn. Hoe hard iedereen van het Nederlands Elftal probeert te benadrukken dat we IJsland niet moeten onderschatten is bijna lachwekkend. De verdediging van IJsland is net zo lek als hun nationale bank. Het vermogen van alle Nederlandse voetballers op het veld vandaag is minstens het dubbele van het nationaal bruto inkomen van IJsland.

De tweede helft wordt duidelijk waar IJsland haar laatste centen aan heeft uitgegeven. Ze hebben Arjen Robben omgekocht. De vleugelspeler van Real Madrid heeft de vormcrisis waarin zijn club verkeerd meegenomen het vliegtuig in en vervolgens ook het veld op. Als Robben de bal krijgt kiest hij steeds uit twee opties. Optie één is te lang wachten met op doel schieten om vervolgens toch op doel te schieten. Optie twee is heel hard richting het strafschopgebied van IJsland rennen om zich daar vast te lopen en de bal kwijt te raken. Mocht hij tijdens één van deze acties ook maar met een pink aangeraakt worden door een tegenstander dan zet hij het gezicht op van een kind die zijn lolly kwijtraakt. De naam 'Robben' staat op zijn shirt maar er had net zo goed 'Diva' kunnen staan.
Klein tikje tegen de borst? Robben kijkt alsof zijn hart er ter plekke uit is gerukt. Duwtje tegen de schouder? Robben kijkt alsof hij een meervoudige breuk in zijn arm vermoedt. De IJslanders, die allemaal een achternaam hebben die op -son eindigt, moeten af en toe gedacht hebben dat er een vrouw meespeelde aan de kant van Nederland. Een vrouw met een hormoonaanval die negentig minuten duurt en zelfs nog even de tijd neemt om de blessuretijd mee te pakken.

Geld maakt niet gelukkig en als ik Robben zo rond zie lopen dan geloof ik dat direct. De man bezit vele miljoenen euro's maar kijkt alsof hij geen cent heeft om zijn kont mee te krabben. Nu maar hopen dat hij ook zo over komt op de Zuid-Afrikanen volgend jaar. Dan weet hij in elk geval zeker dat ze zijn portemonnee met rust laten. Oh, en trouwens: we hebben ons dus geplaatst voor het WK. Ik denk niet dat IJsland het gaat redden en zelfs als ze zich tóch nog kwalificeren dan is het maar de vraag of ze ook komen. Vliegtickets zijn duur tegenwoordig. Maar misschien wil Arjen bijspringen?

vrijdag 29 mei 2009

'Je went eraan'

Woensdagavond, kwart voor negen. Ik heb mijn telefoon uitgezet, mijn vrouw zover gekregen dat ze met me meekijkt en mijn eerste biertje ritueel geopend. Ik zit klaar voor wat de NOS de ‘Hoogmis van het voetbal’ noemt: de Champions league finale.

De laatste finale die ik heb gezien is de bekerfinale tussen FC Twente en SC Heerenveen. Een geweldige pot voetbal met emotie, goed voetbal, slecht voetbal en een hele hoop strijd. De wedstrijd werd bekroond door een strafschoppenserie en om het verhaal compleet te maken werd Hersi, de held van de wedstrijd, uiteindelijk de schlemiel van de wedstrijd. Mooier kan het eigenlijk niet, maar FC Barcelona tegen Manchester United FC zou daarop een uitzondering moeten zijn. Vol verwachting klopt mijn hart.

De eerste tien minuten pakt Manchester het initiatief. De verdediging van Barca bestaat uit louter reservespelers die in de beginfase van de wedstrijd om zich heen staan te kijken alsof ze nog nooit in zo’n groot stadion zijn geweest. Manchester voetbalt ontzettend goed en ik wacht tot Rooney of Ronaldo de eerste bal achter de onzekere Barcelona keeper in het net rost. Het gebeurt niet en net als ik even niet op zit te letten rent Samuel Eto’o dwars door de verdediging van Manchester en schiet, via onze Edwin van der Sar, de bal het doel in. Samuel blij! En Manchester? Ik verwacht dat ze woedend zijn! Ik verwacht dat ze wakker worden! Ik verwacht dat ze binnen luttele minuten de stand gelijk hebben getrokken en laten zien wie er hier over het beste elftal beschikt.

Ik zie iets anders. Ik zie de coach van Manchester het ene na het andere kauwgumpje als een kameel opkauwen. Hij zit emotieloos voor zich uit te staren in zijn dug-out. In de rust brengt hij Tevez, de enige aanwijzing dat de mensheid inderdaad van de aap afstamt, in het veld om vervolgens weer kauwgum te gaan kauwen. Zijn elftal straalt intussen ook één en al demotivatie uit, totdat Paul Scholes het veld instapt. ‘Dat is er één uit eigen jeugd!’ jubelt de commentator alsof de messias himself zojuist de arena heeft betreden. Paul is echter geenszins van plan de vrede te brengen, noch de verhoudingen in het veld te herstellen. Hij is gekomen om een willekeurige tegenstander het licht uit zijn ogen te schoppen. Wat dat betreft is Scholes de enige bij Manchester die zijn doelstelling gehaald heeft. Binnen vijf minuten heeft Scholes een tegenstander met smerige precisie naar het gras gewerkt en zijn, van tevoren ingestudeerde, onschuldige gezicht opgezet. Uiteindelijk wordt hij mild bestraft met een gele kaart. Daarna is ook Paul Scholes het heilig vuur kwijt. Als ze hier geen rood meer voor geven, wat moet hij dan? Barcelona, tot dat moment compleet verbijsterd door het gebrek aan tegenstand, besluit dan maar verder te voetballen en schiet prompt de 2-0 binnen. Einde wedstrijd. Als dit de hoogmis van het voetbal moet zijn dan keer ik dat geloof bij deze de rug toe.

Na negentig minuten snap ik gewoon niet wat er met Manchester is gebeurd vanavond. Zo’n sterk elftal, zo’n geweldige geschiedenis. Pas als ik Edwin van der Sar voor de camera zie verschijnen begrijp ik het. Hij spreekt de legendarische woorden: ‘Je raakt eraan gewend hé?!’ Dat mag dan wel zo zijn Edwin, maar ik wen er nooit aan! Ik wil er niet aan wennen! Ik wil geen gelaten champions-league finales zien! En dan heeft de FIFA ook nog besloten om de finale vanaf volgend jaar op zaterdagmiddag uit te zenden zodat ook de jeugd kan blijven kijken. Ik hoop dat ze dan geen elftal zien ‘dat eraan gewend is’, anders heeft Paul Scholes de mogelijkheid uit te groeien tot inspiratiebron voor iedereen die van plan is om ooit zinloos geweld te plegen en gaat er geen kind in Europa ooit nog op voetbal.

zondag 17 mei 2009

Komkommertijd

Het is bijna komkommertijd dus het komkommernieuws rukt op! Net als de Mexicaanse griep trouwens, maar door hoort u niks meer over want...het komkommernieuws rukt dus op. Ik zie langzaam de eerste tekenen van de komkommertijd komen. Jazeker, het duurt nog een maandje maar als columnist kun je er niet vroeg genoeg bij zijn. U kent het wel: Komkommernieuws. Nieuws dat eigenlijk geen nieuws is, nieuws dat eigenlijk niemand wil horen en dat daarom in de zomervakantie naar buiten komt. Nieuws zonder nieuwswaarde, nieuws voor de stagiaires op de redactie, nieuws waar De Telegraaf het hele jaar haar pagina's mee vult.

Wat dat betreft houdt de regering van Sri-Lanka er een prachtige planning op na. De laatste Tamil Tijger wordt vlak voor de zomervakantie uitgerookt. Probleem opgelost. Prettige vakantie westerse wereld! Dus waar zullen we het dit jaar eens over hebben? Over een wit everzwijn op de veluwe die achteraf een hond blijkt te zijn? Of herinnert u zich nog de ontsnapte slang uit Almere? Het baasje van het beest begreep niet waarom die slang was weggelopen. Misschien had iemand de arme man moeten vertellen dat a. een slang helemaal niet kan lopen en b. iedereen die in Almere woont wel eens een ontsnappingspoging doet.

Op sportgebied voorspel ik een goede komkommertijd. Er wordt veel gefietst maar de tour gaan we echt niet winnen. Theo Bos trekt misschien nog wat collega's van de fiets tijdens een massasprint en gaat daarna ook uitgebreid op vakantie om bij te komen. Geen EK, geen WK, geen Olympische Spelen. Wel wat tennistoernooien natuurlijk. Roland Garos en Wimbledon staan zoals gewoonlijk op de planning. Thiemo De Bakker (wie?!), Jesse Huta Galung (pardon?!) en Raemon Sluiter zullen ruimschoots het sportjournaal halen om te vertellen waarom ze nog steeds niet tot de mondiale tennistop behoren.

Het is nu een kwestie van aftellen tot het journaal de jaarlijkse barbecue van het voltallige parlement als eerste item behandelt en de komkommertijd bijna écht begint. Ik vind dat elk jaar opnieuw een geweldig moment. Politici proberen altijd nog even een goedbedoeld statement te maken tegenover de pers. De Partij voor de Dieren en GroenLinks zullen ongetwijfeld nog een spoeddebat willen over het soort vlees dat gebruikt wordt voor de barbecue. 'Namens alle dieren' zoals dat dan heet. Kansloos natuurlijk en er komt geen hond naar dat spoeddebat. Alle zichzelf respecterende politici staan dan al in de rij voor de barbecue en als GroenLinks en de Partij voor de Dieren eindelijk aansluiten is het vlees op. Salade dan maar. Liefst een komkommersalade natuurlijk. Past goed bij de tijd van het jaar.

zaterdag 9 mei 2009

Muziek vs. Industrie

Vanavond heb ik de televisie aan. Ik zap van zender naar zender en ik kom uiteindelijk uit op RTL 4. De finale van X-factor komt rechtstreeks mijn woonkamer binnen. Ik weet niet zo goed of ik er blij mee moet zijn maar bij gebrek aan beter besluit ik te blijven kijken. In elk geval tot het einde van mijn pizza.

Het einde van de pizza blijkt een te optimistische schatting. Ik ben even vergeten dat ik naar een commerciële omroep kijk en word dan ook overvallen door het eerste reclameblok. Velen zullen volgen maar ik besluit ze niet allemaal af te wachten. Snel pak ik de afstandsbediening en zap even terug. Ik beland op Nederland 3. Een documentaire over Freddy Mercury. Een uitzonderlijke man. Een uitzonderlijke artiest en, niet onbelangrijk, niet onderbroken door een reclameblok.

Terwijl ik kijk raken de liedjes van Freddy Mercury me opnieuw. Ik herken de melodieën die ik niet zou moeten kennen omdat ze van ver voor mijn tijd zijn. Ik neurie mee, ik fluister en zing heel af en toe uit volle borst mee. Ook hier haal ik het einde van mijn pizza niet maar dat heeft alles te maken met het intrigerende verhaal van de man die de muziekindustrie jarenlang naar zijn hand heeft gezet. Een leven in de schijnwerpers en een dood moederziel alleen. Ik word geraakt.

Pas als de documentaire afgelopen is denk ik weer even aan X-factor. Ik zap weer even langs RTL 4 en ik beland midden in, juist ja, een reclameblok. Even later gaat de show weer verder. Ik zie de drie finalisten zingen. Ik zie dansers, een lichtshow, een uitzinnig publiek en drie best goede zangers. En terwijl ik kijk begin ik me te ergeren. Het overmatige gebruik van de woorden ‘artiest’ en ‘wereldster’ is stuitend. Deze mensen kunnen goed zingen, maar artiest? Nee. Freddy Mercury is een artiest. Deze mensen staan even in de belangstelling, maar wereldster? Nee. Freddy Mercury is een wereldster.

Ik zet de televisie uit. Het is toch geweldig dat een documentaire over een man die al meer dan vijftien jaar dood is je meer kan raken dan een live uitzending over drie jongen mensen die midden in het leven staan. En dan snap ik het. Dan zie ik het verschil. X-factor komt rechtstreeks je huiskamer binnen. Freddy Mercury komt rechtstreeks je hart binnen.